St. Vitus Dedemsvaart

R.K. Geloofgemeenschap

Historie St. Vituskerk

St. Vitus te Dedemsvaart
De St.Vituskerk en daarmee de St. Vitus parochie is ontstaan met het graven van de Dedemsvaart. Willem baron van Dedem legde deze plannen in 1809 voor aan de toenmalige koning Lodewijk Napoleon. Die gaf op 22 maart 1809 een machtiging om het kanaal te graven.
In 1811 was het kanaal bevaarbaar tot Balkbrug en in 1815 tot aan de Arriervenen. Na de val van Napoleon gingen veel jonge arbeidskrachten weg en moesten er werknemers van over de grens aangetrokken worden. Met deze buitenlandse arbeiders kwamen ook linnenkooplui mee. De gebroeders Aegidius en Leo Brenninkmeijer kwamen uit Mettingen Duitsland en dat was ook hun domicilie. Het grootste deel van het jaar dreven ze samen met de broers Augus en Clemens hun handel in Sneek. C en A werd opgericht in 1842.  Aeqidius Brenninkmeyer, vestigde zich hier later als winkelier/koopman en woonde naast de kerk. Aegidius overleed op 33 jarige leeftijd. Zijn broer Leo die 2 jaar jonger was heeft niet veel later de ‘goede beklante winkelnering’verkocht en is teruggegaan naar Mettingen.

Van Dedem, zag de noodzaak van het bouwen van een kerk voor zijn, veelal katholieke, Duitse arbeiders. Hij richtte zich tot het ministerie van Eredienst met het verzoek tot het bouwen van een kerk en pastorie. Hijzelf schonk hiervoor de grond. De koning verleende een som van Fl. 9.000,- en zo kon de bouw in 1819 beginnen. Op 19 mei 1820 werd de kerk gewijd en kon in gebruik worden genomen. Patroon werd de H. Vitus.
De parochiegemeenschap bestond toen uit 60 mensen. 10 jaar later waren dat er al 330.
Omdat de bevolking groeide werk het kerkje al gauw te klein en kwam er in 1828 een subsidie van Fl. 3.000,- om de kerk te vergroten en kreeg het zelfs een torentje.

De parochie omvatte de hele gemeente Avereest en Zuidwolde, gedeelten van Ommen, geheel Slagharen en Lutten. In 1843 werd de parochie gehalveerd en bestond toen uit 650 mensen. Toch groeide het aantal mensen door en nam het kerkbestuur in 1855 het besluit een fonds te stichten voor een nieuwe kerk en een nieuw altaar. Toenmalig pastoor Verhoeven legde in 1869 het kerkbestuur een tekening voor van een nieuwe kerk en pastorie. Er werd subsidie aangevraagd maar tegelijk ook vast aan de bouw van de pastorie begonnen.
In 1872 zette de nieuwe pastoor Bloss de bouw voort, hij laat het veen rond de kerk weggraven en aanvullen met zand. 3000 stenen die van de verbouw van de kerk in Slagharen waren overgebleven werden alvast gekocht tegen inkoopprijs. Op 28 oktober 1874 vond de aanbesteding plaats. De bouw werd gegund voor Fl. 27.300,- en er werd voor Fl. 895,- een tijdelijke kerk gebouwd. Dankzij financiële bijdragen van veel weldoeners kon de kerk niet alleen gebouwd maar ook worden ingericht en aangekleed. Ook oud-parochianen vergaten hun geboorteplaats niet. Genoemd kunnen worden: Grote en kleine koperen kandelaars, gebrandschilderde ramen, het Maria-altaar, het Jozef-altaar, het uurwerk met wijzerplaten, het doopvont en er komt een nieuwe communiebank en in 1881 een nieuw orgel.
Door de jaren heen komen er vanuit de parochie nog meer giften zoals de preekstoel, een wierookvat en de 14 kruiswegstaties op koper geschilderd.
Zo rond 1900 bestond de verlichting uit 16 koperen petroleumlampen opgehangen aan smeedijzeren armen.
In 1907 wordt pastoor Campman benoemd en onder diens bewind werd een school gebouwd. In januari 1921 werd de petroleumverlichting vervangen door elektrisch licht, voor de mensen die de kerk schoon hielden een verademing.

In het midden van de jaren ’20 wordt de kerk te klein. In 1928 wordt een fonds gesticht voor de uitbreiding. Uniek voor die tijd was dat de parochianen inspraak kregen in de plannen. Fl. 30.000,- was nodig en een eerste rondgang leverde Fl. 27.000,- op zodat er op 15 juni 1929 met de uitbereiding kon worden gestart. De kerk werk op 20 februari 1930 ingewijd.

Giften ter verfraaiing bleven komen met als resultaat twee gebrandschilderde ramen (het heilige huisgezin en de bergprediking). Sindsdien hebben er weinig veranderingen plaatsgevonden. In 1937 kreeg de kerk dankzij een gift een nieuw uurwerk.

In 1945 werden de zijaltaren vernieuwd met beelden van Maria en Jozef. In 1947 werd een geluidsinstallatie geïnstalleerd, verkregen uit een gift en ook werd het orgel gerestaureerd.
In de zeventiger jaren werd het priesterkoor vergroot, waardoor de liturgische functie van de drie koren waarover de kerk beschikt beter tot uitdrukking kon komen. In die jaren is ook het interieur geschilderd door de parochianen in hun vrije tijd.
In 2015 is het priesterkoor weer in z’n oude glorie hersteld. Voor de koren is er in een van de zijschepen ruimte gemaakt. Ook is er achter in de kerk een nieuwe trapopgang gemaakt naar de koorzolder waar het Maarschalkerweert orgel ook een restauratiebeurt heeft gehad en ongeveer een meter naar achter is geplaatst om ruimte voor de koorleden te maken.

Doormiddel van de opbrengst van de kerstmarkten, waarmee in 1999 begonnen is en giften van parochianen, wordt de kerk onderhouden en verfraaid.